Zoeken in deze blog

dinsdag 23 februari 2016

Nola I: NOMA sluit vanwege tornado-alert

“Can we come back after a walk through the sculpture garden?” “Sorry, not today. W’re closing within thirty minutes because of the storm.” Toch nog even een snelle blik werpen in de beroemde beeldentuin van het NOMA, het New Orleans Museum of Art, waar de conservator van Faulkner’s huis in Oxford ons bijna een dikke week geleden al warm voor had gemaakt? Helaas: ook daar hetzelfde bericht: we gaan zo dicht. De zwarte portier is gelukkig mededeelzamer dan de zenuwachtige witte dame die we hiervoor spraken: “We sluiten om één uur. De zware storm komt om twee uur aan land en we verwachten ook rondvliegende voorwerpen.” Hij maakt met z’n rechterarm stevige ronddraaiende bewegingen in de lucht en onderstreept daarmee de ernst van de tornadowaarschuwing . “Thank you sir.”

We kijken elkaar aan: heeft het zin om nu een andere locatie van de wensenlijst op te zoeken? Of doen we snel boodschappen en rijden we terug naar St. Bernard Statepark? Kan nog net voor twee uur! Wel bálen. Zíjn we in New Orleans (Nola), is het pokkenweer.

We kiezen voor veilig en worden daarin bevestigd door een massa gele schoolbussen die veel vroeger dan normaal op de weg zijn. Stevige plensbuien en halve opklaringen wisselen elkaar in hoog tempo af.


Brug open: gaat-ie nog dicht....?
Om de campground te bereiken moeten we weer over de roestige brug waar ik gister en vanochtend ook al de kriebels van kreeg. 
Nu zijn de slagbomen neer. De stoplichten staan op rood…Het zal toch niet zo zijn dat de brug nu vanwege het slechte weer al is gesloten?!! Dan zien we het beweegbare deel van de oude brug omhoogkomen en na een tijdje weer naar beneden zakken. Oké, niks aan de hand dus wat dit betreft.

In het Statepark leggen mensen de laatste hand aan het stormvast opbergen van kano’s, fietsen en andere dingen die je niet kwijt wilt. We zijn op tijd terug: precies twee uur. Het is windstil…


Dial: Lower Ninth Ward na Katrina
Moet opeens denken aan de assemblage van Thorton Dial  in de afdeling moderne Amerikaanse kunst, getiteld ‘Lower Ninth Ward’ die ik vanochtend zag. Thorton is een ‘self-taught’ kunstenaar. Hij maakt assemblages over rampen. Lower Ninth Ward’ is een van de buurten die door ‘Hurricane Katrina’ het zwaarst is geteisterd. De complete assemblage zit vol beschadigd hout en puinresten. Mijn oog viel vooral op een topje met pailletten en een namaakbarbiepop die op haar buik in de troep ligt. Knap om je zo de ramp van 2005 in te trekken…

zondag 21 februari 2016

De grootste katoenplantage in Mississippi

Een week of wat geleden gingen we voor onze ‘zondagse boswandeling’ naar Pebble Hill, een plantage in Thomasville, Alabama. Pebble Hill bleek echter vooral een plek om paard te rijden en te jagen. Er zat geen ‘echte’ plantagegeschiedenis in het verleden van dat landgoed. “Wacht maar tot je in Louisiana bent!” kregen we vaak te horen als we zeiden meer over het leven en werken van slaven op plantages te willen weten.
Vandaag zíjn we in Louisiana, sinds het middaguur. Plan is het stadje St. Francisville te bekijken, onder andere beroemd vanwege de grootste katoenplantage ‘Rosedown Plantation’. De laatste bewoner, Nina Bowan, achterkleinkind van katoenbaron Daniel Turnbull en zijn vrouw Martha Burrow die hier in 1834 zijn gaan bouwen op het land van haar ouders, overleed in 1955. Een rijke dochter van een Texaanse oliebaron, Catharina Fondren Underwood, heeft huis en landgoed een jaar later gekocht en daarna voor miljoenen laten restaureren.


Eikenlaan uit 1834
Alleen al de toegangsweg naar Rosedown is indrukwekkend. Je rijdt langs de grote tuinen die Martha Turnbull als amateurhovenier (hopelijk een goeie vertaling van horticulturalist) met haar slaven heeft aangelegd en passeert op weg naar parkeerplaats de lange eikenlaan die al vijf jaar voor de bouw van het huis is aangelegd. Die bomen staan daar dus al dik honderdvijfentachtig jaar om de oorspronkelijke oprijlaan koel te houden, een monument op zich.
Links kijk je uit over graslanden. Hier hebben dus, achter een smalle strook myrthe- en fruitbomen, katoenplanten gestaan. In totaal mogen we denken aan 1416 hectare. Het huis zelf is alles bij elkaar 740 m2.


Rosedown Plantation

 Na een lichte aarzeling, maar met de aanvullende verzekering dat er tijdens de rondleiding aandacht zal zijn voor het werk van de slaven hier, kopen we kaarten voor de rondleiding. Acht dollar pp voor 62+, is te doen. De eerstvolgende rondleiding is om 13.00 uur. We lopen naar het grote huis. Daar zitten al twee jonge Amerikanen in grijze schommelstoelen op de veranda. Willen we daar net gezellig bij gaan zitten, opent ‘My name is Polly. I’m your gide today’ veel te vroeg de voordeur…
Polly heeft haar presentatie goed ingestudeerd en die is best interessant. Alleen de afsluiting na een verhaal over een rijk gevulde kamer: “Any questions?!” spreek ze zo streng uit dat geen van ons ook maar één lastige vraag durft te stellen. En wat lastig is voel je gezien haar uitstraling feilloos aan…grappig.


Damestoilet in de tuin
Polly laat ons de wenteltrap gezien met de hoge treden naar de zolderverdieping waarlangs de huisslaven in het stikkedonker hun bedden konden bereiken, maar op de vraag waar dat grote paneel voor dient dat boven de lange eettafel hangt zegt ze alleen kortaf: “Airco”. We kijken naar de katrollen, zien dat de touwen via nog wat ogen in het plafond op een kikker aan de muur vastzitten en realiseren ons dat slaven dit paneel de hele tijd moest laten zakken en optrekken om het gezelschap van een beetje koele lucht te voorzien. Polly heeft ons dan net verteld dat de dames en heren gewend waren ’s middags van twee tot vijf te dineren…!


Airco....
Na afloop van de Polly’s rondleiding zwerven we uitgebreid door de schitterende tuinen van Rosedown Plantation, rijden we nog even door het ‘historic district’ van St. Francisville, drinken een diet coke bij Café Magnolia, snuffelen even aan de oever van de Mississippi bij deze voormalige havenstad, stoppen op de terugweg voor een snel bezoek aan een Methodistenkerk, bekijken de geschiedenis van het stadje in het West Feliciana Historical Society Museum en vinden onderdak voor de nacht op de parkeerplaats van ‘The Bluffs Golf Course.’ Mét Wifi!


Gezellig café in St. Francisville
Als ik 's avonds met een wijntje deze blog zit te schrijven vraag ik me opeens af wat de link is tussen Rosedown Plantation en Catharina Fondren Underwood, de dame die acht jaar lang de restauratie heeft betaald en begeleid. Het antwoord vind ik op Wiki: Catharina was, net als Martha, een hartstochtelijk hovenierster!

En als ik daarna bedenk of we nu écht veel wijzer zijn geworden over het leven van de slaven op deze en andere plantages, nee dat is niet het geval. Ik kan misschien beter ‘Beloved’ van Tony Morrison nog eens herlezen, ook al speelt dit echt gebeurde verhaal (1857) veel noordelijker op de grens van Kentucky en het vrije Ohio…


Veel camelia's i de tuin van Rosedown Plantation



Bron: https://en.wikipedia.org/wiki/Rosedown_Plantation

vrijdag 19 februari 2016

‘In 1870 had Natchez een zwarte burgemeester.’

Soms nemen we de tijd voor een uitgebreid bezoek aan een Visitor Center, andere keren stoppen we alleen voor een plattegrond en wat praktische info.
Aangekomen op het eindpunt van de Natchez Trace Parkway, bij het Visitor Center, slenteren we zeker een uur door de ruim opgezette tentoonstelling over de geschiedenis van deze stad uit 1716 aan de oever van de Mississippi.


Brug over de Mississippi bij Natchez
Wat nu pas stevig tot me doordringt is de slingerbeweging in ‘De tragiek van het Diepe Zuiden’. Vóór de Burgeroorlog tussen Noord en Zuid (1861 – 1865) en in eerste decennia daarna hebben vrije slaven en andere Black People nog politieke macht. In 1870 kiest Natchez een zwarte burgemeester en brengt de Presbyteriaanse kerk (van 1828) op een gegeven moment balkons aan met banken voor de slaven van de plantagehouders, zo vertelt de dominee als we na de lunch door Natchez wandelen en de kerk binnenlopen.


Balkonbanken voor slaven in de Presbyteriaanse kerk

Vlak na de Burgeroorlog eisen organisaties van Black People gesteund door, nooit geweten, radicale Republikeinen, dat de plantage-eigenaren hun land delen met de voormalige slaven. Het resultaat zijn regelingen waarbij vrije zwarten het land bewerken en een deel van de opbrengst als huur afstaan: sharecropping geheten. Dat blijkt al snel een economische valkuil te zijn omdat het een nieuw type ‘makelaars’ aantrekt die zaden, machines en voedsel leveren in ruil voor een, te groot deel van, de opbrengst. En bovendien was de aarde door de eenzijdige katoenteelt volledig uitgeput.
Doet me, dit terzijde, denken aan de types die in ontwikkelingslanden mensen uitbuiten door waanzinnig hoge rentes te rekenen voor grondstoffen.

De tentoonstelling in Natchez maakt geen melding van integere zakenmensen die microkredietachtige oplossingen introduceren om die, in mijn ogen misdadige, makelaarspraktijken tegen te gaan. Misschien waren die er wel, maar zeker niet meer na 1890. Dan heeft de segregatie in alle hevigheid bezit genomen van het publieke leven. Gezellig met elkaar op een bankje zitten en over politieke kwesties debatteren is inmiddels verboden. Mensen die niet kunnen lezen en schrijven, lees: vooral zwarten, zijn intussen ook uitgesloten van deelname aan verkiezingen.
De ‘literacy tests’ en de ‘polltax’ hebben hun intrede gedaan en een heel leger van regels vormt de juridische ondersteuning voor het gevoel van witte suprematie. Tot….? Een van infopanelen meldt: ‘In 2004 kiest Natchez voor het eerst sinds 1890 weer een zwarte burgemeester: Philip West, voormalig president van Natchez’ NAACP-afdeling, de National Association for the Advancement of Colored People.


Bankjes bij de fontein achter St. Mary

 Na nog een bezoek aan de werkelijk fantastische fototentoonstelling in de kleine zalen van de Presbyteriaanse Kerk over het leven in Natchez, tussen 1851 en 1913, gezien door de ogen van drie professionele fotografen, lopen we naar de allereerste basiliek hier (1788). De St. Mary Basilica heeft ook nog twee Nederlandse bisschoppen gekend lezen we op de marmeren grafplaten in de muur.


St. Mary Basilica Natchez
Helaas is er niemand aanwezig die ons kan vertellen hoe de katholieke kerk in de loop van de tijd segregatie heeft benaderd. Maar ik kan hier nog wel een écht kaarsje aansteken, en dat doe ik ook…


‘Life is short, eat dessert first.’

Mammy’s Cupboard, aan de Highway 61, even buiten Natchez, was ooit een restaurant met een tankstation en een shop met handgemaakte spulletjes. Een soort ‘Arbeid Adelt-winkel’ begrijp ik uit de verhalen. Nu kun je er alleen lunchen, en dat doen we ook. Het is een volstrekt absurd gebouw uit 1940 en nog steeds eigendom van de Gaude-familie. Henry Gaude heeft het ooit bedacht en zelf gemaakt. Sinds 1994 is de exploitatie in handen van een andere familie: de Martins.


Mamma's Cupboard...

Het voorste ronde deel, de hoepelrok van Mammy, zit helemaal vol gasten. Een grote groep mannen aan een lange tafel en drie dikke dames aan een klein tafeltje schuin achter de kassa. Daar zit, zoals we dat alleen kennen van grote Franse etablissementen waar een matrone in een deftig glazen hok op een verhoging alles in de gaten houdt en ook de kas beheert, de moederoverste van de familie Martin. Helemaal niet onaardig, maar wel iemand om rekening mee te houden.
Ze priemt naar de grote vierkante ruimte achter het ronde zaaltje. Daar is het minder gezellig, maar het voordeel is wel dat we anders nooit de mooie tegelwijsheid hadden ontdekt op de wand tegenover ons. “Life is short, eat dessert first. Prachtig!” “Eh…ik snap ‘m niet.” “Dat je het dessert niet tot het laatst moet bewaren.” “Ja, dat lees ik ook, maar….” “Dat je vooral eerst het lekkerste van het leven moet nemen en genieten! Anders ben je misschien te moe of heb je misschien geen zin meer.” “Ah, staat haaks op je Gereformeerde achtergrond. Nu snap ik ‘m.” 


Wijs...!
We doen het trouwens niet, eerst een dessert nemen. We kiezen voor de gerenommeerde vrijdagschotel: chicken pot pie (tender chicken & Vegetables in flaky home baked crust), layered salad, broccoli cornbread. Klinkt goed en is het ook, hoewel niet top. 
We hoeven geen dessert meer, hoewel het een lange lijst is vol lekkere dingen. Ik wijs op de tegel en zeg tegen onze, naar schatting tien jaar jongere, sympathieke serveerster: “Sorry, we should have had one of these lovely desserts first.” Blijkbaar valt dat goed want we komen de deur niet uit zonder een gratis stuk chocolatetaart waar we ook echt mee op de foto moeten, en een grote meeneembeker met Mammy’s Blueberry Lemonade. “It’s all home cooed, home baked and homemade!” Voor het maken van de foto neemt ze de tijd, verschuift een paar stoelen plus tafel, babbelt maar door en hoort niet dat Clemens uitlegt hoe je met de Leica een scherpe foto maakte. Helaas.


Chocoladecake midvoor
“I’ll take another picture outside!!” Chocoladetaart gaat in een doggybag en hup, samen poseren naast de ingang. Ook dat duurt, want ze wil wel het complete gebouw mét het geblokte sjaaltje om het hoofd van Mammy als achtergrond. Lukt dat? Nee dus…En dan natuurlijk nog even de camper van binnen bekijken: “Ik ga met jullie méé! Fantastisch!”


Als we ’s avonds een boterhammetje eten vraagt Clemens: “Wat denk jij nou over die vrouw vanmiddag? Was het allemaal gemeend? Of puur commerciëel? Of…., nee zij weet niet hoeveel fooi we hebben gegeven, want je rekent niet bij háár af….” We zoeken naar een speciaal belang dat ze zou kunnen hebben om ons zo te verwennen en zoveel aandacht te geven. Misschien vond ze ons gewoon aardig? En heeft ze nu een verhaal over Hollanders in de zaak? Of wil ze zelf ook graag reizen als haar dochter klaar is met haar studie in New Orleans? “Weet je, misschien is zij ook wel een Martin, een nicht of zo van die relatief strenge dame bij de kassa, en is dit haar manier om gastvrij te zijn…” Daar houden we het op.

donderdag 18 februari 2016

Natchez Trace Parkway

“Heerlijk die dennen. Ruik jij ze ook?” We staan op de noordgrens van het vroegere Choctawgebied vlak bij de 128 mijlpaal van de Natchez Trace. De zon schijnt uitbundig en het is vandaag voor het eerst weer warm buiten. Zouden de bomen zo lekker ruiken door warmte van de zon? Ik heb daar geen verstand van maar vind het wel een plausibele gedachte. “De eiken hebben ook al weer knoppen.” “En kijk, die piepkleine paarse bloemetjes in het gras!”
Het is lente!


Het oude voetpad

De Natchez Trace Parkway loopt van Natchez, aan de Mississippi, via Alabama, naar Nashville in Tennessee. Het is van oorsprong een Indiaans pad dat rond 1785 in gebruik raakte bij boeren uit St. Louis, Nashville en Louisville, die op vlotten de grote rivieren afzakten om hun tarwe, tabak en katoen in Natchez of New Orleans te verkopen. Ook het hout van de vlotten maakten ze te gelde, want daar heb je stroomopwaarts niks aan. Tot aan de komst van stoomschepen, vanaf 1812, gingen de boeren dus lopend of te paard terug naar huis.


Bald Cypress...
Niemand weet waar die korte 'knietjes' naast de grote bomen voor dienen.
Tegenwoordig is het pad een prachtige tweebaans ‘parkway’, zonder ook maar één enkel reclamebord en dat 444 mijlen lang. “Waar ben je als je vanaf Amsterdam dik zevenhonderd kilometer naar het zuiden of het oosten gaat? Nog verder dan Orléans of Berlijn denk ik? Stel je voor dat je zo’n afstand door een landschap rijdt dat lijkt op de Veluwe, wel met meer diverse en ook veel hogere bomen, maar zonder boerderijen, dorpen of steden, tankstations, én zonder billboards of andere commerciële horizonvervuiling!”


Een oude herberg met 'crepe myrthe 
Ik slaak een complimenteuze zucht en kijk uit naar de volgende interessante stopplaats. Want daar zijn ze hier goed in: een paar panelen met foto’s en korte teksten over bijvoorbeeld de Chickasaw-, de Choctaw- en de Natchezstam die hier woonden en werkten voor hun land werd geclaimd door de Europeanen. Of over bomen, grafheuvels, planten, bevers, noem maar op…“Hé, jij lijkt op een bever!” roept Clemens als we dit bord lezen: ‘Beavers have a naturel instinct for keeping busy.’ 
Zal ik niet ontkennen J.



Over de verschillende Indianenstammen die hier woonden.

Het hele traject is nu in handen van de National Park Service, onderdeel van het U.S. Department of the Interior. Daarom kom je ook een aantal Staatsbosbeheerachtige campings tegen. Die zijn òf gratis, of je stopt een tientje in een enveloppe en deponeert dat in een honestybox.
We hebben ook weer op heel betaalbare U.S. Army Corps of Engineers Campgrounds gestaan. Dat zijn terreinen bij grote waterwerken waar de medewerkers tijdens de bouw aten en slapen. Die voorzieningen van destijds worden nu geëxploiteerd als campsites. Rust en stilte gegarandeerd!

Wij rijden al een paar dagen in de tegengestelde richting van de wandelende boeren, van noord naar zuid. Na ons bezoek aan Florence (Alabama) zijn we iets voor mijlpaal 330 de parkway opgereden en vielen vrijwel gelijk stil toen we de lange brug over de ongelooflijk brede Tennessee River passeerden. Zelfs onder een zwaar bewolkte hemel is dat goed voor veel “Oooo…hh’s”.


Pijnboom uit 1975, 24 meter hoog
Goed voor 350 boeken van elk 550 bladzijden...
Onderweg maken we uitstapjes, zoals het zeer gewenste bezoek aan Oxford en de ongewenste speurtocht van bijna tweehonderd kilometer naar een bedrijf om gas te tanken voor de boiler, de kookplaat en de verwarming. Dan krijg je ongevraagd wel een goede indruk van de armoede in het Noordoosten van Mississippi. 


Gas tanken bij een schroothoop...
En één uitstapje hebben we bewust niet gedaan: we komen ook langs Jackson waar ‘De Keukenmeidenroman’ speelt. Ik las het kleine Jackson van de zestiger jaren inmiddels compleet is vervangen door heel veel nieuwe hoogbouw. Met een ‘laat-maar-gevoel’ zoeken we alleen een Starbucks op om weer eens uitgebreid te internetten, en rijden daarna snel terug naar de lente op de parkway.


Buitenklasje na een storm...

Vannacht staan we weer op zo’n gratis ‘Staatsbosbeheercampground’, veertig mijl onder Jackson. We hebben net een stuk van het oorspronkelijk Indianenpad verkend, voor het eerst weer buiten een wijntje kunnen drinken, en speciaal daarvoor de witte voignier uit Wills Creek open getrokken. 
Even later starten de lokale krekels hun vrolijke gesprekken…