Zoeken in deze blog

zondag 24 januari 2016

Geen nieuws van Sumter Oaks

Na ons bezoek aan drie garages in Lakeland belandden we vrijdagavond laat weer op Sumter Oaks in Bushnell. Deze RV-campground kennen we nog van de jaarwisseling en Clemens hoopt mensen te treffen die tips hebben voor kleine garages, gespecialiseerd in Dodge, Freightliner of Mercedes Benz. Allemaal merken met Sprinter-motoren…

We reserveren gelijk voor drie nachten, want àls het na het weekend lukt om dat nare bijgeluid in de motor te laten verhelpen, gaan we zeker terug naar Lakeland voor de gebouwen van Frank Lloyd Wright op de campus van het Florida Southern College.

Een weekend wachten levert natuurlijk geen stof voor spannende verhalen. Ons programma vertoont zelfs Amsterdamse trekjes: boodschappen doen, uitgebreid internetten (oké niet thuis met lekkere espresso’s maar met een diet coke bij Mc Donalds), twee uurtjes de (gedownloade) NRC-weekendkrant lezen, toekomen aan De Groene, schrijven, borrelen, eten, babbelen, lezen, slapen, ontbijten, naar de golfbaan…Als zitten het nieuwe roken is, paf ik er weer lekker een pakje per dag door.

De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat we één kans op een spannend avontuur hebben laten liggen. Zaterdag is er hier standaard een ‘Wine & Cheeseparty’. Kan best leuk zijn denken we eerst. Dan dringt het tot ons door dat de wijn en de kaas vooral bedoeld zijn om Karaoke-tongen los te maken. Helaas, da’s niet echt aan ons besteed.

Het lukt Clemens wél om de Dodgecamper te vinden die hij drie weken geleden had gezien. De camper is van Sue en zij heeft ’m in onderhoud bij een man in Fruitland Park, veertig mijl naar het noordenoosten. Hij heet Kip, is dé Sprinter-expert uit de verre omgeving en werkt bij een niet al te grote garage. 
Maandag naar Fruitland Park!


Alle ruimte voor onszelf op Sumter Oaks
De vorige keer hadden we hier op Sumter Oaks vier gezellige buren. Nu staan we helemaal alleen op het grasveld voor de self-contained campers. En het gaat wéér vriezen vannacht!

Tsja…

zaterdag 23 januari 2016

The Closet Audit

Gisteren, tijdens het wachten bij de AAA-garage in Lakeland, las ik een artikel over het opruimen van je kledingkast. Sarah Stebbins heet de auteur, en haar benadering is echt grappig want een leuke mix van reële en sentimentele overwegingen. Het artikel staat in het januarinummer van Real Simple, een soort glossy Viva, en de titel luidt: The closet audit. *)

Zoals alle audits is ook deze een jaarlijks gebeuren. In dit geval maak je alleen een afspraak met jezelf en je reserveert maximaal vier uur. ‘Langer wil je er niet me bezig zijn. De ervaring leert dat je aandacht dan ook echt verslapt of misschien al wel veel eerder.’ Bij de intro lees ik ook nog deze waarschuwing: ‘Als je niet oppast eet het uitmesten van je kast een heel weekend op en neemt ook nog je hele huis in beslag.’ Ik zie het voor me.
Als je begint heb je vier dingen geregeld: een grote spiegel, post-its, vier zakken (kleermaker, doneren, verkopen, recycle) en ‘seamless underwear’ voor tijdens het passen!

Het allerleukste van het artikel vind ik de vragen die je jezelf steeds stelt als je weer met iets anders aan voor de spiegel staat. Het zijn er zeven:
1. Does it serve you? Ofwel: voel je je lekker als je het draagt en, nog belangrijker, krijg je complimenten? Zo nee, weg ermee. Tuurlijk, Amerikanen zijn veel complimenteuzer dan Nederlanders, maar het is wel een héle nuttige vraag.
2. Kun je deze broek / trui / of wat dan ook met tenminste drie andere kledingstukken combineren?
Zo nee? Weet je wat je moet doen…
3. Will you wear it again? Denk ‘toekomst’ zegt Sarah. Ga je het nog dragen, eventueel met een nieuwe ceintuur of shawl of zo? Niet ‘verleden denken’. Dan moet je iets wat je zes maanden niet hebt gedragen wegdoen. Hoeft niet. Maar we moeten wel opletten voor de bekende valkuil: als ik ‘tig’ kilo kwijt ben ga ik het zeker weer dragen. Top!
4. Is it the best version? Deze vraag gaat niet zozeer over mode als wel om de vraag naar vlekken, kale plekken, verkleuringen, dingen die uitgerekt zijn enzo.  Bekijk jezelf kritisch in de spiegel en maak, zegt ze, een selfie als je twijfelt. Ha!
5. Is it High-Maintenance? Vind ik een goeie vraag omdat ik er zelf lang niet altijd op let. Je valt voor een ontwerp of een design en later blijkt dat je het nauwelijks draagt omdat je het met de hand moet wassen of altijd naar de stomerij moet brengen. Wegdoen is het advies.
Deze tip geldt uiteraard niet voor mantelpakken en feestjurken.
6. Does it have sentimental value? Dat is een goeie, want die speelt mij regelmatig parten.
Sarah adviseert om max één doos voor nostalgische kleren te reserveren. Sinds ik Omi ben denk ik in termen van verkleedkleren. Dat maakt het makkelijker. Of is het ook een valkuil? Steeds een grotere doos nemen? De finale oplossing is natuurlijk: trek die oude kleren aan, neem een foto en deponeer ze in een van de zakken.
7. Tot slot de ultieme gewetensvraag: ‘How would you feel if you were wearing it when you run into your ex?’ Top-top!

Blijven er volgens het artikel van nog twee stappen over: je kledingkast inclusief schoenen, shawls, sieraden en accessoires opnieuw inrichten en ‘optimize your castoffs’ met veel aandacht voor in/verkoopsites van goeie ‘resalers’.

Traktaties te over in de Valentineschappen... 
En als je dan helemaal klaar bent, zou ik mezelf op iets lekkers trakteren…


*) Disclaimer: Excuus aan iedereen die acuut de kriebels krijgt bij het woord ‘audit’.
Komt tegenwoordig veel voor…

vrijdag 22 januari 2016

Pech in Lakeland, een verhaal zonder eind met maar één foto

“Hoor je dat?” “Ja. Het lijkt wel of de ‘restwarmteknop’ aan staat, maar dan iets minder dof.” “En alleen in z’n vrij…” Op de parkeerplaats van Florida Southern College, met veel gebouwen van m’n favoriete architect Frank Lloyd Wright (FWL), maakt Clemens de motorkap open. “t Zit ‘m niet in de motor zelf.” 
“Nee. Volgens mij ook niet.” 
“Laten we eerst maar even naar het bezoekerscentrum gaan.” “Oké.” En de klep gaat weer dicht.

Tijdens de boeiende film over FWL en alle ontwerpen op deze campus, horen we een brandweerauto. We hebben allebei dezelfde gedachte: de camper staat in brand! Het geluid van de sirenes sterft weer weg, maar we realiseren ons dat we toch wel erg ongerust zijn over dat rare geluid.

Clemens start de motor opnieuw, en we luisteren weer…”What’s the problem?” Een aardige veertiger vraagt een schroevendraaier en zet ‘m, zoals een dokter een stethoscoop, op het motorblok en andere onderdelen. Heeft hij verstand van auto’s? Nee, maar wel van techniek: “I’m an egineer.” En heeft hij een idee? Nee, maar: “Sounds serieus! You should see a garage.” “Thank you. We’ll do!”


Bezoekerscentrum FLWcampus: we komen zo snel mogelijk terug!

We zien de rest van de dag niet één, maar wel drie garages!
De officiële Mercedes Benz (MB) kan niks voor ons doen: Europese Sprinters zitten hier niet in het registratiesysteem en zonder digitale diagnose mag de ervaren monteur, die al naar het geluid heeft geluisterd en zelfs een idee heeft, niet aan het werk. Zijn hoogste baas belt nog met de top van MB-USA om te onderzoeken of er wellicht iets van een conversiecode bestaat om Europese auto’s toch te herkennen? Nee, die bestaat niet.
Garages nummer twee is van de voormalige chef werkplaats bij MB. Die is voor zichzelf begonnen en wellicht….? Nee, ook niet. Na het nodige onderzoek zegt deze Carlisles vriendelijk doch beslist: “See the AAA for support. They might help you.”

De AAA is de Amerikaanse ANWB en die heeft eigen garages voor spoedeisende autohulp. De garage in Lakeland is vlakbij. Daar komt de baas gelijk naar ons toe en vraagt of hij de ventilatie uit mag zetten. “Hé, dat scheelt!” “Of we het er mee eens zijn dat dit wellicht te maken heeft met …..”
Het verhaal over de ‘tensioner’ gaat boven mijn pet. Ik begrijp dat er iets vervangen gaat worden en dat dat wel even kan duren.


Anderhalf uur later nemen we langzaam afscheid van Ed, AAA-baas: “Er zit nog wel een bijgeluid onder de motorkap en dat kán te maken hebben met een pomp die je zo bij een Dodgegarage kunt kopen.
Het is verder niet gevaarlijk…”
 We babbelen nog wat na: hij was twee jaar geleden met zijn zoon in Amsterdam. Die wilde er gelijk blijven. En wat brengt ons hier in Lakeland? “My favorite architect, Frank Lloyd Wright. We wanted to visit Florida Southern College today.” “Yeah, interesting! My wife and I studied there!”

Voor een relaxed bezoek aan die interessante campus is het nu helaas veel te laat.

Eerst een plek voor de nacht zoeken en morgen verder kijken. We hebben allebei visioenen van motorpech midden in een van de West-Amerikaanse woestijnen…Wil je niet meemaken!

donderdag 21 januari 2016

Carillonconcert in Bok Tower Gardens

Had ik wéér bijna een souvenir gekocht. Ik denk namelijk nog best vaak aan die mooie in mediterrane stijl vormgegeven thermometer op de vlooienmarkt in Webster...
Vandaag heb ik een muzikale verleiding weerstaan: carillonopnames met fuga’s van Bach gespeeld op de zestig bronzen klokken van de ‘Singing Tower’ in ‘Bok Tower Gardens’ bij Lake Wales, een uurtje richting noorden vanaf Wauchula.

Stel je voor: je zit samen met je lief op een gerieflijk bankje onder palmen en andere evergreens, aan de rand van een vijver met de mooie, bijna meditatieve naam ‘Reflecting Pound’ en je luistert naar ‘Harpsichord Music from the Bach Family’. 



Reflecting Pound
De klavecimbelachtige klanken komen via de ongelooflijk zuivere lucht uit een toren van tweeeënzestigeneneenhalve meter naar je toe drijven… Welke boeiende geesten hebben deze tuin en toren bedacht, en vormgegeven??!

De bedenker en financier  van al dit moois is Edward Willem Gerard Bok, geboren in Den Helder (1864). Hij belandt op z’n zesde in New York. Jaren later, hij is inmiddels een succesvol auteur en uitgever, raakt hij tijdens een bezoek aan Nederland in de ban van carillons (1923). Hij is dan al bezig met het idee voor een immens spiritueel tuinlandschap op het hoogste punt van Florida. Op dat hoogste punt ziet hij nu ook een toren voor zich, een ‘singing tower’, met als magistraal voorbeeld de kathedraal van Mechelen in België…


Singing Tower
De klokkentoren laat Bok ontwerpen door een architect uit Philadelphia, Milton B. Medary.
De buitenkant van de toren is bedekt met grijs en roze marmer uit Georgia en ‘coquina’ uit Florida. Coquina is leisteen met schelpen en koraal er in. De bouw van de toren duurt twee jaar, en in 1929 vindt de opening plaats.


Wandelen door Bok Gardens

Het enorme park is een ontwerp van Frederick Law Olmsted Jr., Master Landscape Architect, bekend van de tuinen bij het Witte Huis, La Fayette Park, in Washington D.C. Hij heeft er vijftien jaar aan gewerkt! In het park staat ook een schitterende mediterrane villa, ontworpen door een partner van Olmsted, William Lyman Philips.


De villa van Philips

Het eerste concert vandaag begint om 13.00 uur. De vaste carillonneur is de Vlaming Geert D’hollander.  Zijn vader was ook beiaardier en heeft hem hier op z’n zeventiende mee naar toe genomen. Geert studeerde in Antwerpen en Mechelen, gaf jaren les in Berkeley, speelde weer in Mechelen en werkt sinds 2012 fulltime op de ‘Singing Tower’.
Na afloop van elk concert komt Geert D’hollander naar buiten om met luisteraars te praten. Iemand vraagt of je een carillon meer met een orgel of met een piano moet vergelijken. “Piano zonder meer. Elke tik op de toetsen gaat rechtstreeks naar de klepels in de klokken. Er zit geen lucht tussen.”
Hij vertelt ook dat er wereldwijd maar zo’n tweehonderd beiaardiers zijn, en dat ze elkaar allemaal kennen. 
“Ah, Amsterdam! Jullie hebben er vijf!” reageert hij enthousiast als we onszelf voorstellen.


Huizenhoge bamboe


We wandelen nog uitgebreid door het schitterende park en voor we in de camper stappen móet ik natuurlijk de ‘Tower & Gardenshop’ in. Daar staat ook het rekje met cd’s waar ik me met veel moeite los van weet te maken. Wat blijft zijn de klanken van dit bijzondere carillon en het kippenvel dat ik er van kreeg. Ik weet ook zeker dat ik met véél meer aandacht zal luisteren naar de klokken van de Westertoren als ik daar straks weer langs kom…